For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
uva.nl
Research

Timotej Homar

Intervention in Systemic Banking Crises

De gevolgen van systematische bankcrises zijn ernstig, zoals blijkt uit de langdurige recessies die er vaak op volgen. Overheden en centrale banken grijpen gedurende bankencrises in om financiële stabiliteit te waarborgen en productieverliezen te limiteren. In dit proefschrift onderzoek ik hoe effectief interventiemaatregelen zijn en wat er gedaan kan worden om problemen in de banksector vroegtijdig te ontdekken. Problemen veroorzaakt door banken met te weinig eigen vermogen vormen het gemeenschappelijke thema van alle hoofdstukken. In de eerste twee hoofdstukken analyseer ik de effecten van Interventiemaatregelen gericht op banken in nood vanuit een macro- en microperspectief. Vervolgens kijk ik in meer detail naar forbearance (het oogluikend
accepteren van wanbetaling), een van de karakteristieke hoofdproblemen voor ondergekapitaliseerde banken, met als doel te kijken of dit voorspeld kan worden met waarneembare indicatoren op bank- en landniveau. Ten slotte vergelijk ik twee benaderingen voor het evalueren van bankveerkracht: een stress-test en een door markt prijzen geïmpliceerde indicatie van kapitaalgebrek. 

In hoofdstuk 2 analyseer ik recessies gerelateerd aan systematische bankencrises. Banken
die door ‘regulatory forbearance’ blijven functioneren ondanks te weinig eigen vermogen, voeren hun bemiddelingsrol niet goed uit. Het is aannemelijk dat zij in zombiebanken veranderen die krediet aan nieuwe kredietnemers rantsoeneren terwijl oude leningen aan insolvente kredietnemers vernieuwd worden om zodoende het erkennen van verliezen uit te stellen. Dergelijk gedrag leidt tot inefficiënte allocatie van productiemiddelen en dat manifesteert zich in langere recessies. Ik vind dat het herkapitaliseren van banken in nood deze problemen substantieel vermindert. Het reduceert de lengte van de recessie met bijna de helft. Andere maatregelen zoals liquiditeitssteun, garanties voor bank passiva, monetair en fiscaal beleid, die het probleem van onderkapitalisatie van banken niet direct adresseren, lijken minder effectief. 

In hoofdstuk 3 richt ik mij op de effecten van bank-herkapitalisatie op bankniveau. Ik stel vast dat nadat een bank in nood is geherkapitaliseerd, het verstrekken van leningen toeneemt, deposito’s toenemen en dat de bank makkelijker kan lenen op de interbancaire markt. Het schoont tevens de balans op, wat te zien is aan een tijdelijke toename van voorzieningen voor verliezen op leningen. Echter, deze effecten doen zich alleen voor als de herkapitalisatie groot genoeg is. Banken die een kleine herkapitalisatie, relatief aan hun kapitaalgebrek, ontvangen, reageren anders. Deze banken reduceren leningen en krimpen hun activa om hun kapitaalsratio te verbeteren. Tegelijkertijd ondervinden zij een uitstroom van deposito’s en lenen zij minder op de interbancaire market. Deze resultaten suggereren dat de herkapitalisatie groot genoeg moet zijn om de gewenste effecten teweeg te brengen.

In hoofdstuk 4 kijk ik naar ‘forbearance’, het verlengen of vernieuwen van leningen aan kredietnemers in nood. Uitstel van betaling kan voor sommige kredietnemers economisch verantwoord zijn. Echter, wanneer dit zeer omvangrijk is, wat vaak het geval is tijdens bankencrises, is de bedoeling vermoedelijk het uitstellen van het nemen van verliezen of het gokken op herstel (‘gambling for resurrection’). Omdat het aan banken individueel is om een uitstel van betaling voor een lening wel of niet te verlenen, is de mate van forbearance lastig te meten. Ik gebruik de uitkomsten van de asset quality review, uitgevoerd door de ECB in 2014 om indicatoren van forbearance te creëren. De resultaten, die laten zien dat ongunstige macro-economische condities, laks bankentoezicht en indicatoren van bank-weakness de mate van forbearance van banken voorspellen, wijzen op het belang van de kwaliteit van bankentoezicht en voldoende kapitalisatie van banken om te voorkomen dat forbearance wijdverspreid wordt. 

In hoofdstuk 5 vergelijk ik twee manieren voor het schatten van de kwetsbaarheid van banken bij ernstige schokken. Stress tests uitgevoerd door centrale banken specifiëren gewoonlijk een ongunstig macro-economisch scenario waaronder de verliezen op verschillende soorten activa geschat worden. De verliezen worden vervolgens geaggregeerd om het totale effect op het eigen vermogen van de bank te berekenen. Methodes gebaseerd op rendementen van aandelen
daarentegen, zoals SRISK, leiden informatie over het verwachtte verlies van kapitaal in een ongunstig scenario af van historische rendementen. Een dergelijking van de uitkomsten van de ECB/EBA 2014-stress-test met SRISK laten zien dat terwijl de variatie in verliezen bij banken in de ECB/EBA-stress-test verklaard kan worden door macro-economische condities, balansvariabelen en marktindicatoren, de verliezen geïmpliceerd door SRISK voornamelijk worden gedreven door de initiële leverage ratio. Dit wijst op een mogelijk systematisch onderschatten van risico’s bij laag gekapitaliseerde banken en het systematisch overschatten van risico’s bij banken met een hoog initieel kapitaal. Het voordeel van methoden gebaseerd op marktdata is dat deze berekend kunnen worden op een continue basis, maar, zoals deze analyse laat zien, kunnen ze zeer belangrijke risico’s missen. Dit proefschrift laat zien dat het ondergekapitaliseerd laten van banken kan resulteren in desastreuze uitkomsten en dat herkapitalisaties effectief zijn mits van voldoende omvang. De noodzaak voor het herkapitaliseren van banken met publieke middelen kan gereduceerd worden als toezichthouders banken kunnen dwingen hun eigen vermogen te vergroten door marktfinanciering voordat hun verliezen te groot worden. Het identificeren van drijvers van forbearance kan helpen bij het vroeg detecteren van problemen in de bankensector. Verder zijn stress tests een cruciale methode om bankkwetsbaarheden vast te stellen. Het is belangrijk om te kijken hoe stress tests en andere maatstaven van bankrisico presteren, omdat ze kritieke tekortkomingen kunnen hebben. Het nauwkeurig analyseren van interventiemaatregelen en methodes voor het monitoren van risico’s kan bijdragen aan het voorkomen van de volgende crisis of tot een beter antwoord leiden als die plaatsvindt.

Supervisor: Prof. dr. Arnoud Boot

Co supervisor: Prof. dr. Sweder van Wijnbergen.

Dissertation (10-02-2016)